Succesvolle implementatie van dyslexie software

Marrith Hoenderken, Samenwerken aan dyslexie software, PrimaOnderwijs, November 2014

implementatie dyslexie softwareDe druk van passend onderwijs neemt toe. Referentiekaders, verzwaring examen- eisen, dyslexieprotocollen en uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens vormen allemaal redenen om leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte effectieve hulp te bieden. Steeds meer scholen starten daarom met gespecialiseerde software om leerlingen met dyslexie te compenseren en hen optimaal te laten presteren. Aan een goede implementatie dient een gedegen plan ten grondslag te liggen. In dit artikel wordt een beeld geschetst van de kritische succesfactoren voor succesvolle implementatie van dyslexiesoftware.

Compenserende dyslexiesoftware vermindert de belemmeringen die dyslexie met zich meebrengt, daagt leerlingen uit op hun eigen cognitieve niveau en maakt hen zelfredzaam (Hoenderken et al. 2012). Uit onderzoek van Kennisnet (2011) in het basisonderwijs blijkt dat er bij gebruik van dyslexiesoftware sprake is van een positief effect op de taakmotivatie en het cognitief zelfvertrouwen van de leerling. Omdat dyslexie binnen de basisondersteuning van passend onderwijs valt, zullen deze hulpmiddelen veelal standaard een onderdeel vormen van het schoolondersteuningsprofiel. Het gebruik van compenserende dyslexiesoftware is bij uitstek een werkbare methode om leerlingen tijdens hun schoolloopbaan effectief te helpen.

Vier in Balans (Kennisnet)

vier in balans modelVoor succesvolle implementatie van dyslexiesoftware zijn de bouwstenen uit het ‘Vier in Balans’ model van Kennisnet (2013) nodig: visie, deskundigheid, content en infrastructuur. Om deze vier onderdelen goed uit te voeren, is leiderschap van cruciaal belang. Uit recent onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat daarnaast een bovenschoolse aansturing van groot belang is voor het slagen van een organisatiebrede implementatie van dyslexiesoftware in het basisonderwijs (Otter & Hulshof, 2014). Om het implementatie-proces binnen een onderwijsorganisatie te begeleiden, wordt geadviseerd om een werkgroep op te richten (Smeets & Kleijnen, 2008). Bij bovenschoolse implementatietrajecten wordt tevens een stuurgroep in het leven geroepen. De stuurgroep voert de centrale regie en stemt taken en verantwoordelijkheden af met de werkgroepen op de diverse scholen. De werkgroep onderhoudt de contacten op de ‘werkvloer’ en is direct betrokken bij de juiste toepassing van software in de klas. 

Visie

‘Visie is de opvatting van een onderwijsinstelling over kwalitatief goed en doelmatig onderwijs, de wijze waarop de instelling dat wil realiseren en de plaats die ict daarbij inneemt. De visie omvat de overkoepelende ambities en gaat in op de rol van de medewerkers, de leerlingen en hun ouders en op de randvoorwaarden die nodig zijn om deze ambities te verwezenlijken’ (Kennisnet, 2013). Het ontwikkelen van een visie is de belangrijke eerste stap. De keuze om met compenserende dyslexiesoftware te starten en de doelen die de school hiermee wil realiseren, begint hier. Een tweede stap, minstens zo belangrijk, is het opstellen van goed beleid en een plan van aanpak voor de implementatie. Vanuit een visie wordt een ict-beleid opgesteld, waarin onder andere vermeld wordt welke leerlingen gebruik mogen maken van de software en bij welke vakken/toetsen het gebruik is toegestaan (Hoenderken et al., 2012). Daarnaast worden de onderwerpen professionalisering/ nascholing, digitale content en de ict-infrastructuur uitgewerkt in het beleid. ‘Het succes van het juiste gebruik van ict-hulpmiddelen valt of staat met de kennis en vaardigheden van de gebruikers’ (Smeets & Kleijnen, 2008). TPACK model Mishra & KoelerHoe docenten ict op een natuurlijke wijze kunnen integreren in onderwijsactiviteiten, wordt in het TPACK-model van Mishra & Koehler (2005) mooi geïllustreerd. Hierin wordt gesproken over het belang van de interactie tussen vakinhoudelijke kennis (Content Knowledge), didactische kennis (Pedagogical Knowledge) en technische kennis (Technological Knowledge). De docent moet deze drie kennisdomeinen met elkaar kunnen integreren om ict optimaal in te kunnen inzetten. Ook de leerlingen dienen redelijk computervaardig te zijn en een prettige werkplek in de klas te hebben om optimaal te kunnen werken met dyslexiesoftware (Hoenderken et al., 2012).

Lees het hele artikel >> 

Beleid en implementatie dyslexie-ICT -cursusaanbod van de Lexima Academie