Software voor dyslexie op SBO de Sudwester

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op de Lexima nieuwsbrief

Bron: De aanpak van dyslexie op SBO de Sudwester, Balans Magazine 2, februari 2010, Dorine Lycklama à Nijeholt

Software voor dyslexie SBOOp basis van het protocol 'Leesproblemen en dyslexie voor het speciaal basisonderwijs' is op SBO De Súdwester in Sneek vijf jaar geleden het dyslexiebeleid aangepast. Dorine Lycklama à Nijeholt, werkzaam als dyslexie-specialist op deze school, vertelt hoe de invoering van het protocol is gegaan. Momenteel wordt gewerkt aan de laatste fase van de implementatie: het invoeren van de ICT-hulpmiddelen en het geven van de daarbij behorende instructie aan de leerkrachten en de leerlingen.

De kleuterscreening
We hebben het protocol naast de toetskalender gelegd en bekeken op welke punten er aanpassingen nodig waren en of dat in de schoolsituatie goed toepasbaar was. We zijn begonnen met de invoering van de kleuterscreening en de toetsen voor het aanvankelijk lezen. 
Halverwege groep 2 wordt de kleuterscreening afgenomen. Hierbij worden
mogelijke risicofactoren geïnventariseerd.
We kijken naar:

  • Taalbewustzijn: leerlingen zien dat er een bepaalde structuur in taal zit.
  • Fonologisch bewustzijn: leerlingen
    weten dat woorden uit losse stukjes
    (lettergrepen) kunnen bestaan.
  • Fonemisch bewustzijn: leerlingen weten dat woorden uit losse klanken bestaan.
  • De auditieve analyse: leerlingen weten dat gesproken woorden uit losse klanken bestaan muis=m/ui/s.
  • De auditieve synthese: Losse klanken worden samengevoegd tot één woord. Je hoort m/ui/s en kunt dan zeggen dat dit het woordje muis is.
  • De letterkennis: Aan het eind van groep 2 kennen de meeste kinderen twaalf letters.
  • Het automatiseren van kleuren of willekeurige reeksen.
    De risicoleerlingen (hiermee bedoel ik de leerlingen die gezien de risicofactoren uitvallen en bij het leren lezen en spellen mogelijk problemen zouden kunnen krijgen) worden in kaart gebracht en zij krijgen de ‘voorschotbenadering’.
    Er wordt op een speelse manier met letters gewerkt. Dit gebeurt volgens vaste stappen. De leerlingen krijgen zo de kans om de letters goed in zich op te nemen.
    1. Identificatie van letters: Kinderen leren dat een bepaalde klank bij een bepaalde letter hoort.
    2. Manipulatie van letters: De kinderen gaan zelf actief met de analyse en de synthese van letters oefenen.
    3. Klanktekenkoppeling aanleren:
    Wanneer de eerste twee fasen goed gelukt zijn, kan de klankteken-koppeling worden aangeboden.

Deze drie fasen worden ondersteund met schrijfoefeningen van de betreffende letters. In juni wordt de kleuterscreening nog een keer afgenomen en wordt gekeken welke vorderingen de leerlingen hebben gemaakt. Kinderen vinden het leuk om te laten zien welke letters ze al kennen.

Aanvankelijk lezen

De toetsen voor het aanvankelijk lezen (groep 3) nemen we af na ongeveer 12 weken leesonderwijs, zoals ook in het protocol staat beschreven. Bij deze toetsen wordt er gekeken naar de letterkennis, of de kinderen de woorden kunnen lezen en of de kinderen een verhaaltje kunnen lezen. Na het in kaart brengen van de uitslagen krijgen de risicoleerlingen extra interventie. Afhankelijk van het leesniveau worden de kinderen opnieuw in instructiegroepen ingedeeld. In maart wordt weer bekeken hoe de vorderingen zijn. Wanneer het nodig is, krijgen de risicoleerlingen ook nu weer extra interventie. In juni wordt er een lijst gemaakt waarop de risicoleerlingen komen te staan. Deze lijst noemen we de signaallijst-dyslexie. We merken dat de populatie kinderen die thuis minder met letters in aanraking komt en daardoor een moeilijke start bij het lezen maakt steeds kleiner wordt. Door de kleuterscreening en de voorschotbenadering beginnen de kinderen al heel anders aan het leren lezen.

Lees het hele artikel >>