Passend Onderwijs werkt met ICT

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op de Lexima nieuwsbrief

Bron: Passend Onderwijs werkt met ICT, 2013, Kennisnet

 

 

Passend Onderwijs werkt met ICTDeze brochure gaat over de mogelijkheden die ict biedt bij het leren van leerlingen met een stoornis. Hoe kunnen we een leerling met dyslexie, dyscalculie, autisme, ADHD of een combinatie daarvan, zo goed mogelijk ondersteunen met ict-hulpmiddelen?

Wanneer bij een leerling een leerstoornis wordt vastgesteld geeft de leerkracht – terecht – in eerste instantie veel persoonlijke aandacht en begeleiding aan het kind. De leerkracht staat voor de uitdaging om binnen de beschikbare tijd en middelen een leersituatie te scheppen waar iedere leerling zoveel mogelijk tot zijn recht komt. Dat is een hele opgave wanneer er veel niveauverschillen zijn binnen een klas, of wanneer meerdere kinderen een (leer-) stoornis hebben. De mogelijkheid om aan elke leerling apart aandacht en zorg te geven is beperkt door de schaarste aan tijd en middelen. Er moeten keuzes gemaakt worden. De leerkracht kan gebruikmaken van de beschikbare hulpmiddelen, waaronder ictprogramma’s. Die programma’s verschillen in omvang, prijs, mogelijke toepassingen en bruikbaarheid. Een goed gekozen en gebruikte toepassing ondersteunt de leerling en de leerkracht om in een klassituatie goed om te gaan met de (leer-)stoornis. Die toepassingen kunnen uiteenlopen van een uitgebreid programma voor dyslexie (denk aan voorleessoftware) tot een kleine app die structuur biedt aan een leerling met ADHD (bijvoorbeeld een digitale dagplanner voor het overzicht). Ook eenvoudig te gebruiken hulpmiddelen als een leespen of een koptelefoon kunnen bijdragen aan die ondersteuning.

Onderwijsbehoefte

Voor elke leerling, met en zonder een (leer-)stoornis, is de onderwijsbehoefte het startpunt. Een goed leerklimaat en passende leerstof, zorgen voor een vlotte leerontwikkeling van de leerling. De meeste leerlingen gedijen goed bij een gewoon leerklimaat en maken zich de aangeboden leerstof via de gebruikelijke wegen eigen. Voor sommige leerlingen is het echter van belang hun onderwijsbehoefte explicieter te duiden. In deze brochure wordt dit beschreven voor leerlingen bij wie dyslexie, dyscalculie, autisme, ADHD of een combinatie daarvan een belemmerende rol bij het leren speelt. Ict-toepassingen kunnen ondersteunend zijn voor deze leerlingen en tegelijkertijd een oplossing bieden voor de organisatie van passend onderwijs in de klas. Als dit zo is, is er een duidelijke onderwijskundige noodzaak voor het gebruik van ict. De voorbereiding en de invoering vragen een tijdsinvestering, maar die wordt dubbel en dwars terugverdiend bij gebruik.

De leerkracht is de sleutel

De leerkracht die de onderwijsbehoefte van de leerling weet te vertalen naar een praktisch pakket van didactisch en pedagogisch handelen, kan in zijn of haar klas de grote verschillen tussen leerlingen ombuigen naar een haalbare situatie. Het leidt tot een goed, voorwaarden scheppend klimaat in de klas, waardoor problemen voorkomen kunnen worden. Een cruciale vraag is: Gaat de leerkracht uit van of gaat hij om met verschillen tussen kinderen? Organiseert hij de klas zo dat hij optimaal gebruikmaakt van menskracht, moderne middelen, samenwerkend leren en differentiatie in doel en instructiebehoefte, dan kunnen alle leerlingen daarvan profiteren. Inclusief de leerlingen die als zorgleerling bestempeld worden. Het gebruik van ict valt onder die ‘moderne middelen’. Voor succesvol gebruik is het belangrijk dat de leerkracht zich eigenaar voelt van de ontwikkeling. De leerkracht ziet de meerwaarde, de potentie van ict en wil die echt in praktijk brengen. Om dit te kunnen realiseren heeft hij of zij uiteraard allerlei materialen en middelen, maar ook extra kennis, tijd, ondersteuning en feedback vanuit het team en de schoolleiding nodig.

Schoolleiding

Om de invoering van ict-toepassingen te realiseren en effect te laten hebben voor de hele school, is het van belang dat de schoolleiding elke leerkracht hierin ondersteunt en faciliteert. Dit vraagt een gedragen schoolvisie op ‘verschillen tussen leerlingen’, de mogelijkheden van ict en een realisatie van de uitvoering. Eigenlijk vraagt het om een integrale benadering waarin beleid (strategie) en praktijk (toepassing) elkaar versterken: de onderwijsbehoefte van leerlingen is leidend voor het handelen van de leerkracht die daarvoor van alles nodig heeft, wat vervolgens door de schoolleiding gefaciliteerd wordt. De praktijkervaring in de klas heeft invloed op het beleid van de school voor specifieke leerlingondersteuning. De uitdaging voor een school is om resultaatgericht passend onderwijs te organiseren. Wanneer de uitstroom naar speciale vormen van onderwijs beperkt kan worden doordat passend onderwijs binnen de klassen handen en voeten krijgt, is het beoogde resultaat behaald. Leiderschap is in deze processen een belangrijk thema: het zorgt voor de noodzakelijke randvoorwaarden en verbindt beleid en praktijk met elkaar.

Passend OnderwijsDe lemniscaat hiernaast laat zien dat praktijk en beleid elkaar niet alleen nodig hebben, maar in staat zijn om elkaar te versterken. Soms is de praktijk aangever van een oplossing en wordt dit vertaald naar schoolbeleid, zoals in de Tabijn-casus in deze brochure. Maar ook andersom is mogelijk: voorgesteld beleid wordt uitgeprobeerd en getoetst in de praktijk en vervolgens vastgesteld als uitgangspunt van handelen binnen de school. Cruciaal is het verbindingspunt C, daar waar praktijk en beleid elkaar vinden; de plek waar gezamenlijk het probleem benoemd én de oplossing geëvalueerd wordt. 4 5 De vraag of ict een antwoord kan zijn voor leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte, bijvoorbeeld in het kader van passend onderwijs, is onderzocht in het middelbaar onderwijs door Drs. Maurice de Greef in juni 2012. Uit dit onderzoek bleek dat de inzet van digitaal onderwijs zowel voor reguliere als voor zorgleerlingen resultaat opleverde. Zowel de toetsresultaten als de studiehouding verbeterden. 

Lees hier de hele brochure >>