Dyslexie software in het speciaal onderwijs

Dyslexie Speciaal Onderwijs

Bron: Kennisnet, Schelting, Gijsel, Netten, December 2011

Dyslexie speciaal onderwijsWie aan het speciaal onderwijs denkt, denkt misschien niet direct aan een innovatieve voorhoede. De vier scholen voor speciaal onderwijs uit dit boekje laten het tegendeel zien. Een spastische jongen werkt met een gamecomputer met plezier aan verbetering van zijn evenwicht, digitale speelblokken helpen een autistische leerling met rekenen, de dove jongen krijgt taalles in een gepersonifieerd digitaal klaslokaal, het dyslectische meisje krijgt een steuntje in de rug van een voorleesprogramma. Vier voorbeelden van vier scholen die ict inzetten in hun onderwijs, om zo veel mogelijk te halen uit hun leerlingen, gericht op wat ze kunnen.
De vier experimenten met ict zijn niet alleen heel innovatief, maar ze zijn ook secuur in kaart gebracht en systematisch geëvalueerd door de onderzoekers van het Expertisecentrum Nederlands: Femke Scheltinga, Martine Gijsel, Andrea Netten. Een prachtig voorbeeld van hoe innovatie en onderzoek hand-in-hand kunnen gaan en elkaar kunnen versterken. Innovatie als een stuwende kracht vooruit, nadenken over wat er mogelijk is, zoeken van nieuwe oplossingen voor oude problemen. Onderzoek als zekering, verschaffer van een solide ondergrond, kijken wat er werkt.
De resultaten zijn van waarde voor de betrokken leraren, maar ook voor andere leraren, onderzoekers en beleidsmakers. Het toont kansen voor de toekomst en geeft verdieping aan het debat over opbrengsten van ict. En misschien wel het belangrijkste: leraren en leerlingen zijn enthousiast over de ict-toepassingen. Want onder de juiste condities opent ict nieuwe wegen om talenten te ontwikkelen en beperkingen te compenseren.

Alfons ten Brummelhuis Hoofd Onderzoek Kennisnet

Inhoud

  • 1 Inleiding 5
  • 2 De kennispiramide als basis 8
  • 3 Beter bewegen met videogames 10
  • 4 Rekenen aan het speelbord 18
  • 5 Woorden voor dove kinderen 24
  • 6 Dyslectische leerlingen leren lezen en spellen 33

6 Dyslectische leerlingen leren lezen en spellen

Het experiment ‘In volle sprint een plus voor zelfredzaamheid bij lezen en spellen’ vond plaats op een school voor speciaal basisonderwijs in Deventer, die veel aandacht schenkt aan dyslectische leerlingen. Er zijn dyslexiegroepen waarin leerlingen intensieve begeleiding krijgen in lees- en spellingvaardigheden, in nauwe samenwerking met het Kenniscentrum Dyslexie.

6.1 Idee

Sprint Plus dyslexie softwareDe dyslectische leerlingen krijgen van hun leraar en de remedial teacher extra begeleiding in lezen en spellen. Desondanks blijven ze er vaak moeite mee houden. Zeker in de midden- en bovenbouw, wanneer de teksten langer worden, zal hun lage leestempo hun parten blijven spelen. Ict-middelen kunnen dit probleem deels compenseren (Scheltinga, 2011).

De dyslexiegroepen en het Kenniscentrum Dyslexie gebruiken Sprint Plus om de leerlingen te ondersteunen bij het lezen en schrijven. Deze software leest een tekst, alinea, zin, woord, lettergreep of zelfs een enkele letter voor en markeert alles tijdens het lezen. Als de leerlingen typen, spreekt de computer mee en is ook een woordvoorspeller (Skippy) actief.

De school heeft goede ervaringen met Sprint Plus. Vooronderzoek door een van de dyslexiespecialisten deed vermoeden dat de lees- en spellingprestaties van de leerlingen toenamen en dat ze meer competent en gemotiveerd waren. Dit stimuleerde de school om een grootschaliger onderzoek uit te voeren. Maakte het voor de zelfstandigheid en het welbevinden van de leerlingen uit of de software in geringe mate of veelvuldig werd gebruikt? Als meer inzettot betere prestaties leidt, zou dat consequenties kunnen hebben voor de organisatie van de dyslexiegroepen. Vanuit dit idee is het onderzoek opgezet. De hoofdvraag luidde dan ook: ‘Als je het compenserende hulpprogramma vaker inzet, wat is dan het effect op de leerlingen?’ Daarbij ging het niet alleen om hun prestaties, maar ook om hun zelfredzaamheid, leesmotivatie en welbevinden.

6.2 Uitvoering

Alle leerlingen in de bovenbouw met ernstige leesproblemen of dyslexie deden aan het onderzoek mee. Er waren drie groepen:

  • De groep-hoogfrequent: alle leerlingen uit dyslexiegroep 6-7 (15 in totaal). Zij werken met het hulpprogramma in de reguliere lessen, ruim vijf uur per week (bij technisch en begrijpend lezen, spellen en andere vakken).
  • De groep-laagfrequent: alle leerlingen uit dyslexiegroep 7-8 (18 in totaal). Zij werken met het hulpprogramma in de reguliere lessen, ruim twee uur per week (bij technisch en begrijpend lezen, spellen en incidenteel bij aardrijkskunde).
  • De groep-remedial teaching: alle leerlingen met ernstige leesproblemen of dyslexie uit de reguliere groepen 6, 7 en 8 (18 in totaal). Zij werken voornamelijk tijdens remedial teaching met het hulpprogramma, twee keer per week maximaal een half uur.

De leerlingen van de groep-hoogfrequent en de groep-laagfrequent zijn dyslectisch en vertonen geen ernstige gedragsproblemen. Ze hebben een gemiddeld tot bovengemiddeld IQ (85-120), zijn redelijk gemotiveerd en gaan in de toekomst de ict-hulpmiddelen waarschijnlijk gebruiken ter compensatie van hun handicap. Ze werken meer of minder intensief met het hulpprogramma en krijgen daarnaast begeleiding, individueel of in een klein groepje; voor elke leerling wordt vastgesteld waarop de begeleider het accent moet leggen. Wat ze leren van het hulpprogramma passen ze bij de andere vakken toe. Ook de sociaal-emotionele aspecten van dyslexie krijgen aandacht.

De leerlingen uit de groep-remedial teaching zijn dyslectisch of hebben ernstige leesproblemen, maar soms in mindere mate dan de andere twee groepen. Ze zitten ook niet in een aparte dyslexiegroep; voor hun lees- en spelproblemen krijgen ze remedial teaching.

Alle drie de groepen leren onder begeleiding hoe ze met het hulpprogramma om moeten gaan, wat de functies en mogelijkheden ervan zijn. Ze lezen de voorgelezen tekst mee, ze lezen de tekst zelf en klikken woorden, zinnen of alinea’s aan die ze niet herkennen, en ze markeren moeilijke woorden of passages. Ook schrijven ze bijvoorbeeld een samenvatting van de gelezen tekst, waarbij ze gemarkeerde woorden en zinnen en de woordvoorspeller gebruiken.

Lees het hele rapport >>