Deze methode belast de leerkracht niet

Bron: Leesproblemen nu preventief aanpakken, Prod. Dr. A. van der Leij, Lexima Magazine, feb 2017, pagina 8

Professor A. van der LeijDankzij een nieuwe methode is het nu mogelijk om lees- en schrijfproblemen preventief aan te pakken, zonder de leerkracht te belasten. Een ontwikkeling waar prof. dr. Aryan van der Leij, expert op het gebied van leesproblemen, opgetogen over is. ‘Nu hebben we, meer dan ooit, de kans om iets te doen aan laaggeletterdheid’, zegt hij.

Het is inmiddels bewezen dat de preventieve aanpak effect heeft. ‘Als het onderwijs dit oppakt, zal het aantal laaggeletterden in Nederland fors dalen en veel minder kinderen zullen dyslexie ontwikkelen’, verzekert Van der Leij.
Dat is belangrijk, want het aantal leerlingen dat als ‘laaggeletterd’ van het voortgezet onderwijs komt, stijgt vooralsnog: tussen 2003 en 2016 nam hun aantal toe van 11,5 tot 17,9 procent volgens het meest recente PISA-onderzoek onder 15-jarigen. Zij hebben zoveel moeite met schriftelijke teksten dat zij nauwelijks kunnen functioneren in de huidige maatschappij. Natuurlijk zijn er hulpmiddelen zoals gesproken boeken, ‘maar’, benadrukt Van der Leij, ‘lezen is nog altijd het meest efficiënt. Daarmee kun je het snelste op elk moment informatie tot je nemen. Wie dat niet kan, heeft een probleem in onze kenniseconomie.’
Van der Leij heeft het dan nog niet eens over de kinderen met dyslexie, van wie er ook steeds meer zijn. Het wordt wel de ‘dyslexie-paradox’ genoemd: de kennis over dyslexie en behandeling is de laatste 20 jaar enorm toegenomen, maar tegelijkertijd krijgen steeds méér kinderen ermee te kampen. Hoe kan dat? Daar heeft professor Van der Leij wel een antwoord op.

Dyslexie in gradaties

Van der Leij is emeritus hoogleraar in de orthopedagogiek, in het bijzonder onderwijsleerproblemen, aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde al in 1983 op een proefschrift met de titel Ernstige leesproblemen. In zijn nieuwste boek Dit is dyslexie (2016) schrijft hij dat er verschillende gradaties van dyslexie bestaan: licht, matig en ernstig. Het goede nieuws is dat de lichte en matige vormen van dyslexie zijn op te lossen met een vroege behandeling. De hulp moet al starten vóór kinderen beginnen met leren lezen. Dat is een trendbreuk: tot nu toe werden alleen kinderen behandeld die al leesproblemen hebben.
Van der Leij stelt dat al in groep 2 is te onderscheiden welke kinderen risico lopen op het ontwikkelen van leesproblemen. Het zijn enerzijds de kinderen bij wie dyslexie in de familie zit, zwak zijn in klankbewustzijn en weinig belangstelling hebben voor letters. Daarnaast zijn er kinderen van wie het niet zo duidelijk is dat er dyslexie in de familie zit, maar die dezelfde problemen hebben. Vaak zijn dit kinderen die van huis uit een zwakke taalontwikkeling hebben meegekregen.
‘Kleuters krijgen nog helemaal geen instructie over letters en lezen, maar toch blijken veel kinderen van vijf jaar al flink wat op te pikken van het schriftsysteem’, legt Van der Leij uit. ‘Ze zien het op televisie en in digitale spelletjes. Sommige kinderen kennen al meer dan twintig letters als ze in groep 3 beginnen, maar de kinderen waar ik op doel, herkennen op dat moment nog maar een paar of helemaal geen letters. Dat is een wereld van verschil. Die kinderen dreigen in groep 3 al meteen de boot te missen. Die boot vaart al en ze kunnen er niet meer opspringen.’
Van der Leij adviseert daarom om met deze kinderen alvast in groep 2 te gaan oefenen. Hij heeft hiervoor met zijn team de methode Bouw! ontworpen en getest met behulp van een controlegroep. De resultaten waren opzienbarend. In de groep die twee jaar lang met Bouw! werkte, ontwikkelden significant minder kinderen leesproblemen en laaggeletterdheid. De daling was maar liefst 60 procent. Daarnaast waren er in die groep minder leerlingen met dyslexie en kwam zittenblijven veel minder vaak voor. En: het effect bleek in groep 8 nog even groot.

Achilleshiel

De unieke preventieve aanpak is een van de succesfactoren. Maar minstens zo belangrijk is dat deze methode de leerkracht niet belast. Van der Leij weet dat het voor leerkrachten ondoenlijk is om in de klas intensief en gedurende een lange periode met één kind apart te oefenen. ‘Die noodzakelijke één-op-één begeleiding was altijd de achilleshiel van alle behandelmethodes op scholen’, zegt Van der Leij. ‘Het is in de jaren ’80 geprobeerd met koptelefoons en bandjes, en daarna met zelfstandig oefenen op de computer, maar jonge risicokinderen hebben echt persoonlijke begeleiding nodig, anders werkt het niet. Ik begrijp heel goed dat dat haast niet te realiseren valt in een volle klas. De scholen werken nu eenmaal met een jaarklassensysteem, dat is gebaseerd op de gedachte dat elk kind start op hetzelfde niveau en leert in hetzelfde tempo. Dat is niet zo, maar een ander systeem is onbetaalbaar. De leerkracht kan die noodzakelijke langdurige, individuele hulp dus niet geven, maar dankzij de nieuwe online-mogelijkheden kunnen ouders, vrijwilligers of leerlingen uit groep 8 nu ook optreden als tutor. ‘Zij zien bij elke opgave direct welke feedback ze moeten geven aan het kind. De remedial teacher of intern begeleider op als supervisor, maar het een-op-een-oefenwerk wordt uitgevoerd door de tutor met behulp van de computer.’
‘De digitale ontwikkelingen bieden oplossingen, die we nog nooit eerder hebben gehad’, zegt Van der Leij.  ‘Heel veel kinderen kunnen hierdoor de dans ontspringen: zij krijgen geen leesproblemen. En dat doet weer veel met hun zelfvertrouwen. Ze blijven gemotiveerd om te leren. Ja, er zal een groep kinderen met ernstige dyslexie overblijven. Maar dat is hooguit ca. 3  procent, in plaats van de 6 tot 8 procent die nu deze diagnose krijgt. Daarnaast neemt het aantal laaggeletterden – die bij de laagste 25% presteren -  flink af. Er is dus winst bij alle risicoleerlingen, waar hun probleem ook vandaan komt.’

Over Aryan van der Leij: Aryan van der Leij is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam Afdeling Pedagogiek en Onderwijskunde. Hij begon zijn carrière als schoolpsycholoog en later wetenschappelijk medewerker aan de VU. Hij heeft talloze wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan en leidde o.a. het onderzoeksprogramma naar ontwikkeling, kenmerken, achtergronden en mogelijkheden tot beïnvloeding van leerstoornissen en sociaal-emotionele problemen op school.

Lexima Magazine

                                                                         

Het Lexima Magazine online lezen of een exemplaar aanvragen: >>