Daling diagnose dyslexie

Bron: Revolutionaire methode kan dyslexie voorkomen. L. Beker, Naar School! van VOS/ABB, nummer 6, december 2016

Bouw! daling diagnose dyslexieEen methode om dyslexie te voorkomen: dat klinkt revolutionair. Toch lijkt dat nu waarheid te worden dankzij een nieuwe methode, ontwikkeld op de Universiteit van Amsterdam. De resultaten zijn spectaculair. Het geheim? Vroeg beginnen. Veertig scholen in de Hoeksche Waard doen dat nu. De gemeenten in die regio investeren er twee ton in.

Besparen op dyslexiezorg

Pierre den Hartog. directeur van Samenwerkingsverband 28.04 in de Hoeksche Waard, is de initiatiefnemer. 'Leesproblemen hebben een grote impact op iemands leven. Niks is mooier dan dat te voorkomen. Dat gun ik die kinderen zo', zegt hij. Den Hartog las eind 2014 voor het eerst over het programma Bouw!,  waarvan wetenschappelijk is bewezen dat het werkt. Leeszwakke leerlingen gaan veel beter lezen en het aantal diagnoses dyslexie vermindert met meer dan 60 procent. Dat effect is ook nog eens blijvend.

Den Hartog was direct enthousiast en zette een samenwerkingsproject op met dyslexie-instituut Leestalent en Lexima, de uitgever van Bouw!. Openbare basisschool De Boomgaard in Mijnsheerenland is een van de voorlopers , die er al voor de zomer van 2016 mee zijn begonnen. Hier kunnen we zien hoe het programma in de praktijk werkt.

Preventieve aanpak

‘Het bijzondere is de preventieve aanpak’, zegt Den Hartog. ‘Het is voor het eerst dat leeszwakke kinderen al geholpen worden vóór ze in groep 3 met leesonderwijs beginnen. Tot nu toe was er eigenlijk alleen een behandeling achteraf: pas als de leesproblemen zich voordeden, kwam er eerst remedial teaching en daarna dyslexiebehandeling op gang. Inmiddels diagnose dyslexiekrijgt al 8 procent van de kinderen de diagnose dyslexie. Daar komt nog eens bij dat leerlingen die eenmaal een leesachterstand hebben, dat bijna nooit meer inhalen.’ Directeur Maurice van de Lisdonk van obs De Boomgaard voegt toe: ‘Oudere leerlingen die een dyslexieverklaring krijgen, zie je vaak ophouden met leren. Hun motivatie valt weg, ze denken: ‘Ik mankeer iets, ik kan dat toch niet’. Dat moeten we zien te voorkomen.’ De nieuwe methode pikt de ‘risicokinderen’ er al heel jong uit: halverwege groep 2.

Zij gaan structureel op een speelse manier met letters oefenen. Van de Lisdonk: ‘Daar is één-op-één-begeleiding bij nodig, maar het mooie van deze methode is, dat de leerkracht dat niet altijd hoeft te doen. Ook anderen kunnen optreden als tutor. Daardoor is het in een gewone school te organiseren. Wij zetten achtstegroepers in.’ Uiteraard krijgen die achtstegroepers eerst een goede instructie, daar zorgt IB’er Welmoet Haverkate voor.

Carmen en Lisa: tutor en pupil

Carmen uit groep 8 laat zien hoe ze het aanpakt als tutor voor haar pupil Lisa uit groep 2. Carmen zet de online oefeningen aan op een aanraakscherm. Het zijn spelling- en leesopdrachten en letterspelletjes. Bij elke les staan heldere instructies voor de tutor, waardoor Carmen direct feedback kan geven. Ze hebben er beiden plezier in. Als Lisa volgend jaar start in groep 3 heeft ze al een voorsprong, waardoor ze goed mee kan komen met de lessen ‘hakken en plakken’. Intussen lopen ook de extra oefeningen met Bouw! door, tot halverwege groep 4. IB’er Haverkate legt uit hoe de zeer jonge ‘risicokinderen’ worden geselecteerd: ‘De leerkracht van groep 2 let op signalen die kunnen wijzen op dyslexie. Bijvoorbeeld: bepaalde beelden omkeren of de kleuren en weekdagen niet kunnen onthouden. Met die kinderen gaan we aan de slag.’ De ouders zijn enthousiast en gaan in de vakanties zelf door met de online-oefeningen.

Significant beter

In de Hoeksche Waard wordt het programma bovenschools aangeboden. De individuele scholen maken een implementatieplan. De betreffende leerkrachten en IB’er krijgen een cursus, verzorgd door projectleider Marleen Korf van Lexima. Zij is eerder op de Universiteit van Amsterdam afgestudeerd op implementatieonderzoek van deze methode. Korf:

‘Het aantal leerlingen met leesproblemen neemt de laatste jaren fors toe. Maar als ze met Bouw! werken, gaan ze significant beter lezen, ontdekten wij. Ze belanden twee tot drie keer minder vaak in de dyslexiezorg. Er blijft altijd een groep over die ‘didactisch resistent’ is, zoals wij dat noemen, en een dyslexiebehandeling nodig heeft. Maar die groep wordt kleiner door deze aanpak.’

Lees het hele artikel in Naar School!, nr.6, december 2016