Inzet van ICT bij een taalontwikkelingsstoornis

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op de Lexima nieuwsbrief

Bron: Lisa Gosker, 2018. Op basis van artikel uit 2015. Het ICT-Hulpmiddelen schema is geupdate voor Kurzweil,  Alinea en Read&Write

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) ontwikkelen naast de problemen in de spraak en/of het begrip in 50% van de gevallen ook lees- en/of spellingproblemen (Tan et al., 2013; Zink & Breuls, 2012). De inzet van ICT hulpmiddelen kan kinderen met een TOS op verschillende manieren ondersteunen tijdens het lees- en schrijfproces. Welke functies van welke hulpmiddelen goed ingezet kunnen worden bij verschillende kenmerken van kinderen met een TOS wordt in dit artikel besproken. Ook is er een schema/tabel (4 pagina's) toegevoegd waarin de verschillende kenmerken met bijpassende functies beschreven staan.

Kinderen met een TOS hebben problemen met de ontwikkeling van hun taal. De taalontwikkeling van deze kinderen wijkt significant af van normaal ontwikkelende kinderen (zie de indicatiecriteria van Simea voor details), terwijl het non-verbale IQ, de taalinput en andere ontwikkelingsgebieden niet significant verschillen van die van normaal ontwikkelende kinderen. In de communicatie kan de spraak van kinderen met een TOS afwijken, bij sommige kinderen is ook de innerlijke taal aangetast. Dit kan gezien worden als de taal van de gedachte. De innerlijke taal is belangrijk voor het (leren) plannen van activiteiten, het aanleren van praktische vaardigheden en voor het reguleren van emoties en gedrag (Tan et al., 2013). Het gevolg van een verminderde innerlijke taal is dat kinderen minder zelfredzaam zijn en het kan daarnaast problemen geven tijdens het schrijven (Zink & Breuls, 2012; Mackie et al., 2012; Tan et al., 2013). Van sommige kinderen met een TOS is bekend dat ze een gelimiteerd werkgeheugen hebben. Ook dit zorgt voor extra problematiek tijdens het schrijven (Tan et al., 2013).

Kinderen met dyslexie maken vaak gebruik van speciale compenserende software die ontwikkeld is om ondersteuning te bieden tijdens het lezen en/of schrijven. Ook voor kinderen met een TOS zou dit hulp kunnen bieden. Compenserende software zorgt ervoor dat een leerling op het eigen cognitieve niveau kan functioneren, zonder dat het belemmerd wordt door de problemen die het kind op andere ontwikkelingsgebieden ondervindt. Een belangrijke winst bij het gebruik van compenserende middelen is, dat niet alleen de lees- en schrijfvaardigheid vooruitgaan, maar dat daarnaast ook de sociaal emotionele ontwikkeling kan verbeteren (Luyten, Ehren & Meelissen, 2011; Hoenderken et al., 2012), denk hierbij aan het zelfvertrouwen, de zelfstandigheid en de leermotivatie. Daarnaast is het belangrijk dat het plezier in lezen, de leesmotivatie, behouden blijft. Hoe meer er gelezen wordt, des te beter dat is voor de woordenschat en (taal)ontwikkeling van het kind. Tijdens het lezen kunnen kinderen nieuwe woorden leren en wereldse kennis opdoen. Door het werken met compenserende software tijdens het begrijpend lezen, kan de leesmotivatie worden bevorderd (Hoenderken et al., 2012).

Inzet ICT hulpmiddelen bij lezen

Begrijpend lezen is voor de meeste kinderen met een TOS een erg vermoeiende activiteit. Om deze reden zullen kinderen al snel een negatief beeld vormen van lezen. Het harde werk lijkt niet beloond te worden. Het leeswerk stapelt zich steeds verder op, waardoor de leesmotivatie steeds verder afneemt. Dat lezen een vermoeiende taak is voor kinderen met een TOS, wordt onder andere veroorzaakt door de leesstrategie en de lage woordenschat van de kinderen. Kinderen met een TOS hebben in veel gevallen, net als dyslectische kinderen, een spellende of radende leesstrategie (Tan et al., 2013). Onder de spellende leesstrategie vallen kinderen die elk woord letter voor letter lezen, maar niet komen tot een volledige synthese. Wanneer het kind de laatste letter leest, is het het begin van het woord alweer vergeten. Met als resultaat dat de betekeniskoppeling niet gemaakt wordt en het kind niet kan begrijpen wat het leest.

Een andere leesstrategie die de kinderen met een TOS (en ook dyslexie) vaak gebruiken is een radende leesstrategie. Hierbij wordt een tekst te globaal en te snel gelezen. Veel woorden worden (onjuist) geraden of zelfs overgeslagen (Tan et al., 2013). Wat bij deze strategie ook voorkomt, is dat er “peren” gezegd wordt, terwijl er “appels” staat. Deze fout lijkt merkwaardig, maar kan ook in de spraak voorkomen. Er wordt een woord gekozen uit hetzelfde semantische netwerk. Het woord wordt blijkbaar wel goed gelezen, maar er gaat iets fout tijdens het kiezen van het woord binnen het woordennet.

Door het radend en spellend lezen, wordt er vaak geen rekening gehouden met de melodie van een zin. De kinderen lezen geen leestekens en lassen vaak op onlogische momenten pauzes in (Tan et al., 2013). De prosodie, waar ook veel informatie in verscholen zit, wordt hierdoor aangetast. Er kan niet meer worden gehoord of een zin vragend of bevestigend is.

Met behulp van compenserende software voor lezen (en schrijven) kunnen de bovenstaande problemen grotendeels worden opgelost. Er bestaat compenserende software waarin een voorleesfunctie aanwezig is. De software kan de tekst voorlezen op het tempo van het kind, daarnaast belicht het de woorden die het aan het voorlezen is. Door deze functie kan het kind meelezen met de stem. Het kind heeft dan geen kans om de spellende of radende leesstrategie toe te passen, daarnaast kan het zinsintonatie horen. Door het gebruiken van deze functie kan er meer aandacht naar de betekeniskoppeling uitgaan. Het is echter belangrijk dat het leestempo niet te snel is ingesteld, zodat het kind de woorden kan meelezen en de prosodie van de taal kan horen. De kinderen zullen hierdoor beter in staat zijn de juiste betekenis aan de tekst te geven.

Voor kinderen met een TOS geldt soms dat zij moeite hebben met het ophalen en opslaan van woorden in het mentale woordenboek, het lexicon (Zink & Breuls, 2012). Dit leidt bij deze kinderen tot woordvindingproblemen. Tijdens het lezen moet de betekeniskoppeling snel worden gemaakt. Als dit niet gebeurt, wordt lezen een tijdrovende en vervelende taak. Dit wordt mede veroorzaakt door de kleine woordenschat. Door Zink & Breuls (2012) wordt een aantal compenserende strategieën aangereikt om woorden beter te kunnen opslaan en terug halen. Zij noemen onder andere visualisatie en het gebruik van een woorden- en synoniemenboek. Echter, het opzoeken van een woord is voor kinderen met een TOS een erg tijdrovende activiteit, daarnaast is de kans klein dat het kind dan wel begrijpt wat het moet lezen. Met behulp van compenserende software wordt het gebruik van een woordenboek en synoniemenboek vereenvoudigd. Het woordenboek en synoniemenboek die aanwezig zijn in compenserende software kunnen de betekenis van het woord voorlezen. Het kind kan alle aandacht aan de betekenis van het woord geven, omdat het de betekenis niet zelf hoeft te lezen. Daarnaast kan Kurzweil 3000 woorden visualiseren. Het heeft een afbeeldingenfunctie met ten minste 1300 afbeeldingen van woorden.

De bovenstaande functies kunnen remediërend werken wanneer deze allemaal na elkaar gebruikt worden. Hoe meer aandacht er besteed wordt aan de betekeniskoppeling van een woord, des te beter is het kind instaat het woord op te slaan en terug te halen (Zink & Breuls, 2012).

Inzet ICT hulpmiddelen bij schrijven

Ook tijdens het schrijven hebben veel kinderen met een TOS problemen. Zoals hierboven al te lezen was, bepaalt de (innerlijke) spraak voor een groot deel hoe een kind zal schrijven. Wanneer de spraak niet goed ontwikkeld is, zal schrijven ook lastig zijn. Daarnaast is gebleken dat een beperking van het werkgeheugen hier ook aan bijdraagt (Bourdin & Fayol, 1994). Wanneer een kind met een TOS schrijft, wordt bijna al het werkgeheugen in beslag genomen door het spellen en opschrijven van een woord. Het kind houdt hierdoor te weinig werkgeheugen over om een goede zinsconstructie te vormen en om de tekstinhoud te bedenken. Uit eerder onderzoek is gebleken dat de teksten van kinderen met een TOS vaak minder productief en minder complex zijn en dat de teksten vaak een lagere accuratesse hebben (zie ook Mackie et al., 2012).

Met minder productief wordt bedoeld dat er ten eerste minder woorden worden gebruikt, daarnaast blijken de teksten minder divers te zijn en ten derde zijn de teksten inhoudelijk minder goed. De woordvindingproblemen en de beperkte woordenschat spelen hierbij een grote rol. Met behulp van compenserende software kan dit beperkt worden. Door middel van woordvoorspellers, kunnen woordvindingproblemen voor een groot deel worden voorkomen. Een woordvoorspeller geeft suggesties van woorden aan de hand van de gebruikte letter(s). De woordvoorspeller van bijvoorbeeld Sprint, Skippy, kan woorden voordragen die fonetisch op het woord lijken, waarbij de eerste letter onjuist geschreven mag zijn (zie hiervoor ook tabel 1). De woordvoorspeller van Kurzweil 3000 geeft alleen bruikbare woorden aan de hand van een juiste beginletter. De meerwaarde van deze woordvoorspeller is, dat deze volledige teksten over het onderwerp kan opnemen in de lijst met woorden die het voor zal dragen. Hij is dynamisch. Kinderen zullen tijdens het maken van een samenvatting of een tekst over een specifiek onderwerp goed gebruik kunnen maken van deze functie.

Woordvoorspellers kunnen daarnaast bijdragen aan de diversiteit binnen een tekst. Een tekst wordt minder divers wanneer kinderen geen moeilijke woorden durven te gebruiken. Men kan bang zijn om een (spel)fout te maken. Echter, door de woordvoorspeller krijgen de kinderen het hele woord aangeboden, waardoor ze niet hoeven te twijfelen over de schrijfwijze. De diversiteit kan ook worden vergroot met behulp van de synoniemenfunctie. Wanneer het kind veel dezelfde voegwoorden of zelfstandig naamwoorden gebruikt, kan het kind op het woord klikken en vervolgens het synoniemenboek gebruiken. Het programma geeft dan synoniemen van het woord. Het kind kan met andere woorden toch hetzelfde zeggen. De verschillende functies van woordvoorspellers en het synoniemenboek zullen dus bijdragen aan een productievere tekst.

De teksten van kinderen met een TOS zijn daarnaast minder complex (Mackie et al., 2012); dat wil zeggen dat de teksten die de kinderen schrijven minder complexe zinnen bevatten. Onder andere de limiet in het werkgeheugen van kinderen met een TOS kan ervoor zorgen dat een tekst minder complex is. Kinderen maken door het tekort vaak korte zinnen, zonder (onderschikkende) bijzinnen. Ook de onderontwikkelde innerlijke spraak draagt hier aan bij. Kinderen kunnen, zoals hierboven te lezen was minder goed rationaliseren. Het beargumenteren en het trekken van conclusies blijkt daarom lastig te zijn (Tan et al. 2013). In de al eerder genoemde compenserende software (denk aan Kurzweil en Sprint) is een voorleesstem aanwezig die alles kan voorlezen wat het kind typt. Het programma ondersteunt het kind in het denkproces. Het kind hoeft zelf niet te onthouden wat het typt, alle aandacht kan gaan naar het genereren van zinnen. Dit zal zorgen voor een complexere tekst.

Het derde kenmerk is dat de tekst van een kind met een TOS een lagere accuratesse heeft (Mackie et al., 2012); dit betekent dat de tekst meer fouten bevat. Koppelwerkwoorden worden bijvoorbeeld vaak foutief weggelaten en andere werkwoorden worden niet (op de juiste manier) vervoegd, ook meervouden van zelfstandig naamwoorden en lidwoorden worden vaak fout gedaan (Mackie et al., 2012; de Jong, 1994; Leonard, 2009). Door het inzetten van ICT-hulpmiddelen kan de accuratesse worden verhoogd. De voorleesfunctie ondersteunt hierbij, omdat de kinderen kunnen horen wanneer een woord onjuist gespeld is. Daarnaast kunnen spellingfouten worden herkend door rode kringeltjes onder het woord. De programma’s kunnen vervolgens helpen om het correcte woord te vinden. Zoals hierboven te lezen was, zijn sommige woordvoorspellers (onder andere de woordvoorspeller van Sprint) in staat om fonetische geschreven woorden te herkennen, ook wanneer de beginletter onjuist is.

Andere spelfouten die met behulp van Sprint (plus) kunnen worden voorkomen, zijn spelfouten met betrekking tot homofonen. Homofonen zijn woorden die hetzelfde klinken maar anders geschreven worden (“eis” of “ijs”). Homofonen kunnen met behulp van compenserende programma’s gevonden worden. Wanneer het kind een homofoon gebruikt heeft en het klikt op de knop voor homofonen, dan zal dit woord naar voren komen met afbeeldingen van beide woorden. Het kind kan de goede vorm kiezen door op de juiste afbeelding te klikken.

Kinderen met een TOS kunnen daarnaast problemen hebben met lidwoorden (Orgassa, 2009). Ook hiervoor bieden woordenboekfuncties de oplossing, zij tonen naast de betekenis ook de woordsoort en het bijbehorende lidwoord (het of de). Echter, er wordt hierbij een actieve houding van de leerling vereist. Deze houding zal niet bij elke leerling aanwezig zijn. De oplossing hiervoor kan gezocht worden in een functie van Kurzweil 3000, de checklist. Deze zal niet alleen de accuratesse, maar ook de complexiteit en productiviteit van de tekst kunnen verbeteren. Hierin staat beschreven waar het kind naar moet kijken, voordat de tekst definitief klaar is. Een checklist voor kinderen met een TOS (afhankelijk van het niveau) kan er als volgt uitzien:

  • Controleer op spelfouten (laat de tekst nog eens voorlezen en luister of je spelfouten hoort);
  • Controleer de woorden met een rood kringeltje (zoek de woorden met rode kringeltjes op en bekijk of het woord fout gespeld kan zijn, verbeter het woord wanneer het fout is met behulp van de woordvoorspeller);
  • Controleer de lidwoorden (Bekijk de lidwoorden (de/het) in de tekst. Klik met de muis op het bijbehorende zelfstandig naamwoord. Kijk met behulp van het woordenboek of het juiste lidwoord gekozen is);
  • Controleer de werkwoorden (Bekijk elk werkwoord, heeft het werkwoord de juiste vorm (eventueel een lijstje met vervoeging erbij houden)?) ;
  • Controleer of je verschillende woorden hebt gebruikt (Zoek naar woorden die heel vaak gebruikt worden, verander er een paar met behulp van de synoniemen lijst);
  • Controleer de schrijfwijze van homofonen (Klik op de knop voor homofonen en kies het juiste plaatje(Sprint));
  • Controleer of je genoeg voegwoorden hebt gebruikt (zoek voegwoorden: en, want, toen, dus daardoor, omdat, etc. Wanneer deze (bijna) niet aanwezig zijn, zoek in je tekst waar een voegwoord toegevoegd kan worden).

De controlepunten kunnen gepersonaliseerd worden. In het menu kan omschreven worden hoe het controlepunt uitgevoerd moet worden (in het voorbeeld hierboven staat dit er tussen haakjes achter). Daarnaast zal een controlelijst zorgen voor meer zelfredzaamheid. Zink & Breuls zeggen dat kinderen met een TOS het uitvoeren van een activiteit kunnen leren wanner alles in kleine deelstappen wordt aangereikt en wordt herhaald. Na verloop van tijd hoeft het kind geen hulp meer te vragen.

De laatste praktische functie voor kinderen met een TOS is, dat werkbalken in Kurzweil 3000 gepersonaliseerd kunnen worden. Dit betekent dat er per leerling of per groep leerlingen een speciale werkbalkenset kan worden gemaakt. In de werkbalken kunnen de functies worden getoond die de kinderen vooral gebruiken. De functies die zij niet gebruiken, kunnen worden gewist. Deze werkbalkenset op maat zorgt ervoor dat de kinderen efficiënter kunnen werken. Ze zullen minder afgeleid worden door knoppen die ze niet gebruiken en zullen de knoppen die ze wel gebruiken, sneller terug kunnen vinden.

Compenserende software zal een verrijking voor kinderen met een TOS zijn. Tijdens het lezen kunnen de kinderen de tekstinhoud beter begrijpen door de woordenboekfunctie en de visualisatie. Daarnaast zullen de kinderen productievere en complexere teksten kunnen schrijven en zullen er veel fouten voorkomen kunnen worden door de ondersteuning van woordvoorspellers, het afbeeldingen-, woorden- en synoniemenboek. Ten derde zal de sociaal emotionele ontwikkeling (het zelfvertrouwen, de zelfstandigheid en de motivatie) toenemen door de ondersteuning van de innerlijke spraak en de werkgeheugenlimiet met behulp van de voorleesfunctie. Ook kan de controlelijst de tekst naar een hoger niveau tillen, doordat het precies vertelt wat het kind moet doen. Er kan dus verwacht worden dat kinderen met een TOS een hoger lees- en schrijfniveau zullen bereiken met behulp van de bovenstaande functies van de verschillende compenserende software.

OVER LISA GOSKER
Lisa Gosker is taalwetenschapper en deed voor haar studie onderzoek naar hoe compenserende softwareprogramma’s ingezet kunnen worden bij kinderen met een Taalontwikkelingsstoornis (TOS).

 

Literatuurlijst:

Blom, E., Vasić, N., & de Jong, J. (2014). Production and processing of subject–verb agreement in monolingual Dutch children with specific language impairment. Journal of Speech, Language, and Hearing Research57(3), 952-965.

Bourdin, B., & Fayol, M. (1994). Is written language production more difficult than oral language production? A working memory approach. International journal of Psychology, 29, 591-620.

Hoenderken, M., Bachman, J., Berg, J. van den., Houwelingen, N. van., Steenbergen, J. van., Weerden, A. van der., & Wiggers, A. (2012). Dyslexiesoftware verhoogt plezier in leren; Zelfvertrouwen en zelfstandigheid nemen toe. Tijdschrift voor Remedial Teaching, 3, 20-23.

de Jong, J. (1994). Specifieke taalstoornissen bij kinderen. Stem-, Spraak-en Taalpathologie3(4). Gedownload via: http://rjh.ub.rug.nl.proxy.library.uu.nl/sstp/article/view/19155/16631

Luyten, H., Ehren, M., & Meelissen, M. (2011). EXPO experimenteren met ICT in het PO: Rapportage van het onderzoek. Gedownload via: http://www.lexima.nl/media/183575/expo_eindverslag_versie_januari_2011.pdf

Mackie, C. J., Dockrell, J., & Lindsay, G. (2013). An evaluation of the written texts of children with SLI: The contributions of oral language, reading and phonological short-term memory. Reading and Writing, 26(6), 865-888.

Orgassa, A. (2009). Specific Language Impairment in a bilingual context. The acquisition of Dutch inflection by Turkish−German learners. Amsterdam: LOT.

Tan, X. S. T., Beesems, M.A.G., Njiokiktjien, C.H., van de Ree, P., & Verschoor, C. A. (2013). Dysfatische ontwikkeling. Gedownload via: http://www.dysphasia.org/wp-content/uploads/2014/06/Tan-Hoofdstuk-2.pdf

Zink, I., & Breul, M. (2012). Ontwikkelingsdysfasie: Een stoornis die meer aandacht dan namen verdient. (Tweede, ongewijzigde druk: 2013). Antwerpen-Apeldoorn: Garant.