Dyslexiezorg

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op de Lexima nieuwsbrief

Bron: Remco Reij, Lexima Magazine, Jan 2019.

Ketenzorg is een begrip. In de gezondheidszorg heeft iedereen het erover. Maar nergens zijn de schakels zo sterk verbonden als in de dyslexiezorg. Scholen, ouders en aanbieders van dyslexiezorg werken al vele jaren intensief samen met het doel om de kinderen met hardnekkige lees- en spellingproblemen vroeg in hun ontwikkeling te vinden. Vroeg ontdekken vergroot de kans op herstel. Maar ook voor deze keten geldt: hoe sterker de schakels, hoe sterker de keten. Een belangrijke taak ligt bij de school. Vinden de scholen de kinderen met beginnende lees- of spellingproblemen vroeg genoeg? En wordt dan meteen de juiste ondersteuning geboden? Stimuleren de ouders hun zoon of dochter voldoende? Want thuis oefenen is ook een schakel in de keten. Als er specialistische zorg nodig is komt het dyslexie-instituut in beeld. Dan is de beste diagnostiek en behandeling nodig. Gebeurt dat ook overal? 

Het Regionaal Instituut Dyslexie (RID) heeft een monitor ontwikkeld die kan meten hoe de verschillende schakels van de keten functioneren. Remco Reij van het RID: “Wij vergelijken de prestaties van de scholen en de aanbieders aan de Landelijke Norm die door professor Blomert in 2009 is vastgesteld.
93% van de kinderen zouden met goede schoolaanpak moeten leren lezen en spellen op school. Voor 7% van de kinderen met hardnekkige achterstand is meer zorg nodig. Deze kinderen hebben niet allemaal ernstige dyslexie. Dat percentage ligt op ongeveer 4%. De monitor laat zien of de scholen in de buurt van die 7% zitten. Vervolgens is ook zichtbaar of de diagnostiek van de aanbieder de 4% kinderen met ernstige dyslexie kan selecteren.”

Veel gemeenten klagen over hoge kosten voor dyslexiezorg. Maar is dat wel terecht? De monitor geeft antwoord op deze vraag. Reij:
“De verschillen tussen gemeenten zijn groot. Er zijn gemeenten die onder deze norm liggen, maar dat is niet persé goed nieuws. Het kan dan zijn dat dan de kinderen met achterstand niet worden gevonden. Die lopen dan vast in het voorgezet onderwijs en dat is erg zonde van de tijd. In de meeste gemeenten liggen de cijfers boven de Landelijke norm. Ook lukt het de aanbieders niet altijd om alleen de kinderen met ernstige, enkelvoudige dyslexie uit de aanmeldingen te selecteren. Het gevolg: te veel kinderen in behandeling. Gemeenten die klagen over hoge kosten hebben dus helaas vaak gelijk. Gemiddeld in Nederland ongeveer 23% meer aanmeldingen dan gewenst en 30% meer kinderen in behandeling dan eigenlijk zou moeten.”

Toch functioneert de dyslexieketen goed volgens Remco Reij van het RID. “Het feit dat we over deze cijfers beschikken laat zien dat we er bovenop zitten en iedereen in de keten betrokken is. Alle ketenpartners zijn druk met verbeteringen en innovaties. We kunnen met deze monitor de effecten van beleid meten zodat we ze kunnen beoordelen en bijstellen. Daarmee is de kwaliteitscirkel rond is de keten een ketting geworden die ons bergopwaarts stuwt.”

OVER REMCO REIJ
Remco Reij MBA is sinds 2013 directeur externe betrekkingen bij het Regionaal Instituut Dyslexie (RID). Daarnaast is hij secretaris van de Bestuurlijke Adviesraad van het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD). De regionale monitor dyslexie is uitgezet bij ongeveer 80% van de Nederlandse gemeenten.
Voor meer informatie over de monitor kunt u contact opnemen met r.reij@rid.nl

LEXIMA MAGAZINE

Dit artikel verscheen eerder in het Lexima Magazine, u kunt zich gratis abonneren >>