Behandelpraktijk over inzet hulpmiddelen dyslexie

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op de Lexima nieuwsbrief

Auteur: Marrith Hoenderken, interview met RT'er Gea Houwing, behandelpraktijk PRO Leren & Gedrag, 2011

Hulpmiddelen inzetten bij dyslexie: "Zonder de scholen redden we het niet."

PRO helpt bij dyslexie leerproblemenGea Houwing werkt als dyslexiespecialist en RT'er in een Praktijk voor Remedial teaching en Orthopedagogisch advies. Zij is ooit begonnen met het programma Sprint toen het op de markt kwam. Inmiddels beschikt deze praktijk in Zwolle over Sprint Plus, Kurzweil 3000, Dragon Naturally Speaking en de ReadingPen. Deze hulpmiddelen worden nu ingezet bij de begeleiding van dyslectische leerlingen.

Wanneer dyslectische leerlingen starten in de praktijk krijgen ze uitleg over de verschillende hulpmiddelen die er zijn. Vaak zijn jongeren meteen enthousiast. Uit ervaring weet Gea dat vooral bij pubers dit enthousiasme over het algemeen weer snel wegzakt. Dit komt onder andere doordat jongeren niet anders willen zijn dan leeftijdsgenoten en vanwege het 'puberbrein'. Ook merkt ze dat het enthousiasme sneller wegzakt wanneer leerlingen op de basisschool nog niet gewerkt hebben met een hulpmiddel. Ze haken af wanneer ze niet voldoende begeleiding krijgen. Want alles wat nieuw is en moeite kost geeft frustraties bij kinderen met leerproblemen.              

De eerste stap in haar begeleiding bij pubers is uitleggen hoe het puberbrein werkt, zodat pubers hier zelf meer inzicht in krijgen. De volgende stap is het werken met hulpmiddelen. Juist omdat het enthousiasme snel wegzakt vindt Gea het belangrijk dat de jongeren eerst een bepaalde periode kunnen oefenen met een hulpmiddel. Op deze manier investeren ouders niet in het verkeerde hulpmiddel. Door middel van het uitlenen van licenties krijgen leerlingen de mogelijkheid om thuis en op school een bepaalde periode met Sprint Plus te werken. In deze 'oefenperiode' kunnen leerling, ouders en school kijken of het hulpmiddel effectief is.     
Omdat begeleiding  belangrijk is voor de jongeren worden tijdens de 'oefenperiode' ook de ouders en school betrokken bij het gebruik en de uitleg van de software. Gea probeert scholen te motiveren om de leerling toetsen en examens te laten maken met het hulpmiddel. Ze geeft aan dat het zeer belangrijk is om ouders en scholen te betrekken bij dit proces. Zonder de medewerking van scholen lukt het meestal niet om een leerling goed te laten werken met een hulpmiddel. Het scannen van boeken en teksten doet Gea in het begin van de begeleiding zelf, in stappen probeert ze ook ouders hierbij te betrekken, met als doel dat zij het scannen uiteindelijk kunnen overnemen.

Gea werkt niet alleen met pubers maar ook met leerlingen uit het basisonderwijs. Ze geeft aan dat je bij leerlingen uit groep 7 en 8 software zoals Sprint Plus leuk kunt inzetten bij het schrijven. Eerst moeten leerlingen een woord goed proberen te schrijven met behulp van de auditieve feedback, de sprekende spellingscontrole, de homofonenfunctie en de woordvoorspeller. Vervolgens moeten leerlingen naar de zin luisteren om te bepalen of het goed klinkt en of ze de hoofdletter en punt niet vergeten zijn. Het uiteindelijke doel is dat de zinnen steeds langer worden en dat de leerlingen met behulp van de voorleesfunctie bepalen of de gehele tekst goed klinkt. Daarnaast wordt er geoefend met het studerend lezen en het samenvatten dat ook gebruikt wordt voor het maken van een mindmap. Tenslotte zet ze het in bij vreemde talen ter ondersteuning van het lezen en spellen.

Wanneer leerlingen in begeleiding zijn geweest blijft Gea ze volgen. Ze geeft aan dat een hulpmiddel ook voor studenten die bezig zijn met een vervolgstudie kan zorgen voor succes. Het voorbeeld dat ze noemt gaat over een zeer dyslectische MBO-leerling die een stageverslag moest schrijven. Tijdens zijn stage sprak hij stukken van zijn verslag in op een memorecorder. Thuis sloot hij de memorecorder aan op het programma Dragon en hiermee kwam zijn tekst digitaal op het scherm van zijn computer. Inmiddels is hij geslaagd voor zijn MBO-diploma!     

Voor de implementatie van hulpmiddelen op school geeft Gea aan dat het belangrijk is dat iemand de verantwoordelijkheid krijgt over de software. Deze persoon in de school kan de leerkrachten en klassenassistenten motiveren. Belangrijk daarbij is dat de software stapsgewijs wordt ingevoerd in een school en dat men ieder half jaar het gebruik een stukje uitbreid. Uiteindelijk is het van belang om te evalueren of het gebruik van een hulpmiddel een leerling wel of niet ondersteund en hoe dit verder ontwikkeld kan worden.

Gea ervaart het gebruik van hulpmiddelen als een grote meerwaarde bij kinderen met dyslexie. Wel is het van belang om hulpmiddelen tijdig, vaak al tijdens de basisschool, in te zetten. Op deze manier wennen leerlingen er aan om met hulpmiddelen te werken.          
Om het scanwerk te verminderen zou Gea in de toekomst graag zien dat uitgevers de digitale bestanden van lesmethodes beschikbaar stellen. Zij zou willen aandringen op een pleidooi hiervoor. Het inscannen van deze methodes zorgt momenteel voor onnodig veel werk, terwijl het zo belangrijk is voor kinderen met leer-en gedragsproblematiek om goed mee te komen op school.