Lezen, tutorlezen en nog eens lezen

Tutorlezen met Bouw!

Tekst: Anouk van Westerloo, Balans Magazine, Mei 2016 

TutorlezenOnderwijskundige Haytske Zijlstra promoveerde onlangs op een onderzoeksproject naar het vroege interventieprogramma Bouw! Conclusie: als je kinderen vroegtijdig screent op problemen met de beginnende geletterdheid en hen dagelijkse een-op-een-begeleiding aanbiedt - vlak voor en gedurende de fase van het leren lezen - kan het aantal kinderen met dyslexie met de helft worden teruggebracht.

Ze heeft zelf ervaren, toen ze als leerkracht voor de klas stond in zowel het regulier als speciaal basisonderwijs: scholen willen kinderen met een achterstand wel intensief begeleiden, maar dat lukt niet altijd. Haytske: "Voordat je een kind kunt aanmelden voor een dyslexietraject, moet je kunnen aantonen dat je met dat kind minstens een halfjaar intensief hebt geoefend. Maar hoe doe je dat in een klas waarin de kinderen nog nauwelijks zelfstandig zijn en alle kinderen aandacht nodig hebben? Vaak wordt er geoefend in groepjes, waardoor veel tijd verloren gaat aan 'wachten' tot je aan de beurt bent, ook voor de kinderen die juist iets meer aankunnen. Leraren kunnen dit niet allemaal zelf oplossen in de klas."

Door de problemen die ze in de klas ondervond, en doordat ze zag dat leesproblemen enorm veel effect hebben op het sociaal-emotioneel welbevinden van kinderen, raakte Haytske steeds meer geïnteresseerd in het onderwerp. Ze ging verder studeren, eerst orthopedagogiek, daarna onderwijskunde en kwam toen uiteindelijk in het wetenschappelijk onderzoek terecht. "Een lange weg, maar wel een relevante. Ik weet heel goed waar leerkrachten tegenaan lopen."

Tutorlezen bouw!In 2009 sloot ze zich aan bij de onderzoeksgroep van de UvA die het vroege interventieprogramma Bouw! ontwikkelde. Tot dat moment was er alleen een versie ontwikkeld voor kinderen in groep 2, omdat toen nog werd gedacht dat dat genoeg zou zijn om kinderen met een achterstand bij te spijkeren. Maar dat bleek niet voldoende om kinderen later ook beter te laten lezen. "Toen ik erbij kwam, is het computerprogramma uitgebreid met groep 3 en 4 erbij. Nu komen alle fases van ontluikende geletterdheid, aanvankelijk lezen en een stukje voortgezet lezen aan bod. Zogezegd de hele basis die kinderen nodig hebben om vloeiend en vlot te leren lezen. Na groep 4 gaan kinderen dieper in op begrijpend lezen, dus op dat moment moet het technisch leesproces wel een beetje klaar zijn. Maar in de huidige praktijk start op dat moment vaak pas de intensieve begeleiding van kinderen met leesproblemen. Dat is veel te laat! De achterstand is op dat moment nog maar moeilijk in te halen, en je ziet vaak al motivatieproblemen ontstaan".

Maar hoe weet je of een kind echt het risico loopt om leesproblemen te ontwikkelen, als een kind bijvoorbeeld nog helemaal niet aan (voorbereidend) lezen toe lijkt te zijn in groep 2?

"Dat kun je screenen. Kinderen in de kleuterleeftijd pikken van alles impliciet op, door spelletjes, door stimulering van hun omgeving. Aan het begin van groep 3 kent gemiddeld een kwart van de leerlingen in een klas al bijna alle letters. De helft van de klas kent er ongeveer veertien, en dan heb je de kinderen die voor de vroegtijdige interventie van belang zijn: ongeveer de laagste 25%. In het onderzoek kenden deze leerlingen hooguit drie letters in januari van groep 2. En bij die kinderen zie je vaak ook een zwak fonologisch bewustzijn, ze hebben moeite met het benoemen en samenvoegen van klanken in woorden.

Lees het hele artikel >>