Begin vroeg met de strijd tegen leesproblemen

Auteurs: Haytske Zijlstra en Aryan van der Leij, Tijdschrift Taal, Mei 2016

Een kind dat leesproblemen oploopt, worstelt met achterstand en motivatie. Door vroeg te starten, zijn deze problemen te voorkomen. Al in de kleuterklas kunnen leerlingen gescreend worden op de aanwezigheid van een risico op leesproblemen. In het promotieonderzoek van Haytske Zijlstra, onderzoeker aan de UvA, is de effectieve implementatie van een computerondersteund tutorbegeleid programma onderzocht, in groep 2 tot midden groep 4. Het onderzoek heeft veelbelovende resultaten opgeleverd als het gaat om de reductie van ernstige leesproblemen en daaruit voortvloeiende secundaire problematiek. Van de groep kinderen met een verhoogd risico op dyslexie werd na interventie nog maar de helft van het oorspronkelijke aantal verwezen naar de vergoede dyslexiezorg. Het lijkt dus van belang om preventief beleid in de praktijk - door geïndividualiseerde begeleide oefening - vroegtijdig in te zetten bij risicoleerlingen.

“Risicoleerlingen vroegtijdig opsporen is de eerste stap. De volgende stap is de effectieve implementatie van een preventief interventieprogramma."

Begin vroeg met de strijd tegen leesproblemenDe preventie van ernstige leesproblemen is een belangrijk doel voor het onderwijs, omdat leesproblemen een belemmering zijn voor zowel het welbevinden als het succesvol functioneren in onze geletterde samenleving (van der Leij, 2016). Al voordat kinderen leren lezen, zijn er grote verschillen in geletterdheid. Uit onderzoek blijkt dat kinderen met een achterstand aan de start van het leren lezen al een groot risico vormen, aangezien zij deze achterstand meestal niet meer inhalen. De achterstand ten opzichte van de normaal ontwikkelende kinderen wordt vaak zelfs alleen maar groter (Ferrer et al., 2015). Ook hebben leerlingen met leesproblemen een verhoogd risico op problemen in andere belangrijke domeinen zoals spelling en begrijpend lezen. Het goed leren en kunnen lezen kan een beschermende factor zijn.

Een van de belangrijkste uitdagingen voor het onderwijs is het tegemoet komen aan de individuele behoeftes van risicoleerlingen. Veel maatregelen zijn reeds gepasseerd om het onderwijs passender te maken. Desondanks blijkt uit onderwijsrapporten dat een relatief grote groep leerlingen (±25%) de basisschool verlaat met een leesachterstand van twee jaar of meer (Bonset & Hoogeveen, 2012, p. 136) en dus laag- tot zeer laaggeletterd zijn. Zorgelijk ook is dat het percentage leerlingen met de diagnose ernstige dyslexie fors afwijkt van wat op basis van wetenschappelijk onderzoek mag worden verwacht. Een relatief grote groep leerlingen, gemiddeld zo’n 12%, heeft een dyslexieverklaring in het voortgezet onderwijs (Sontag & Donker, 2012; Trouw, 2013).

Individuele systematische hulp wordt meestal uitgesteld tot groep 4 en is voorbehouden aan de 10% allerzwaksten (zie model “Continuüm van zorg”). Extra individuele hulp komt dus eigenlijk te laat omdat de actieve periode van het leren lezen reeds gepasseerd is (Vernooy, 2007). Ook passeren we hiermee de leerlingen die zwak lezen, maar niet zwak genoeg lezen om in aanmerking te komen voor intensieve geïndividualiseerde hulp. De zwakke leerlingen (de laagste 10-25%) lopen zonder vroegtijdige hulp het risico op laaggeletterdheid en boeken een minder grotere winst zonder intensieve begeleiding in het beginstadium.

Vroegtijdige aanpak van leesproblemen

Door middel van langdurig onderzoek met screeningsinstrumenten weten we inmiddels welke kleuters risico lopen op leesproblemen: die zijn zwak in het ontwikkelen van letterkennis en klankbewustzijn. Risicoleerlingen vroegtijdig opsporen is de eerste stap. De volgende stap is de effectieve implementatie van een preventief interventieprogramma voor alle leerlingen met een risico op leesproblemen. Maar is vroeg beginnen dan de oplossing? Uit eerder onderzoek in Nederland (“Dutch Dyslexia Programme”) blijkt dat individuele trainingen in groep 2 onvoldoende effect hadden op de technische leesvaardigheid in groep 3 (van der Leij, 2013).

Een belangrijke vraag is of het aantal leerlingen met ernstige leesproblemen gereduceerd kan worden door preventieve hulp in te zetten gedurende de gehele periode van het voorbereidend lezen en het leren lezen. Echter, het bieden van langdurige individuele begeleide oefening bovenop wat er in de klas gedaan wordt, is een lastige opgave voor een leerkracht die de aandacht moet verdelen over een hele klas. Een belangrijke voorwaarde is dus dat een preventief geïndividualiseerd programma niet alleen adaptief moet zijn, maar ook laagdrempelig en eenvoudig toepasbaar.

Tutoren zonder onderwijskundige achtergrond kunnen een oplossing bieden als ze worden ondersteund door een computer en op periodieke basis worden begeleid door een professional, zoals de intern begeleider. In het onderzoeksproject Bouw! is dit onderzocht, in samenwerking met vijftien basisscholen in (de omgeving van) Amsterdam en vier scholen voor speciaal basisonderwijs. In een later stadium is het aantal scholen uitgebreid tot veertig. Leerlingen die verhuisd waren, bleven namelijk gevolgd worden op hun nieuwe scholen. Ouders, vrijwilligers, gepensioneerden, stagiaires en - mits ze goed begeleid werden - oudere leerlingen fungeerden als tutor en werden begeleid door de intern begeleider van de school. Als scholen met leerling-tutoren werkten, lag de verantwoordelijkheid bij een volwassene en was er altijd sprake van supervisie.

Lees het hele artikel >>