Protocol Voortgezet Onderwijs
Het
Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs werd geschreven door Koos
Henneman, Ria Kleijnen en Anneke Smits met medewerking van Marco
Bosch, Anita Blonk, Arjan Krijgsman, Sui Lin Goei en Hanneke
Wentink. De eindredactie en projecleiding lagen bij Albert Cox en
Heleen Schoots. www.KPCgroep.nl bestelnummer
25.10.41.
Enkele citaten die tot nadenken stemmen:
Voorwaarden voor een succesvolle begeleiding
Een absolute voorwaarde voor een succesvolle begeleiding is dat
de leerling als uitgangspunt wordt genomen. Begeleiding is niet
alleen een verantwoordelijkheid van de mentor of remedial teacher,
maar van iedereen binnen de school en zeker ook van het management.
De vraag is dan echter wat het draagvlak is voor het
dyslexiebeleid. Draagvlak creëren betekent concreet nagaan hoe
docenten en mentoren staan ten opzichte van leerlingen met speciale
behoeften.
Ook een milde vorm van dyslexie vraagt om interventies, want deze
leerlingen moeten harder werken om te lezen en daardoor zijn ze
langzamer. De school faciliteert en stimuleert de leerling zelf
oplossingen te vinden, zodat de leerling gemotiveerd blijft en
hierdoor meer succes zal hebben.
Frustratie van talent
Van frustratie van talent is sprake als de leerling door zijn
lees- en spellingproblemen wordt belemmerd in zijn intellectuele of
creatieve ontwikkeling. Een combinatie van hoogbegaafdheid en
dyslexie kan tot soortgelijke problemen leiden. Bepaalde kenmerken
van hoogbegaafden interfereren in negatieve zin met dyslexie.
Hoogbegaafde leerlingen verdiepen zich bijvoorbeeld graag in
complexe en specialistische teksten en hebben dan des te meer last
van hun dyslexie. Niet zelden maskeert de hoogbegaafdheid echter de
dyslexie, waardoor specifieke hulp uitblijft.
Maatregelen
De aanschaf van softwareprogramma's en apparatuur die de
belemmeringen van een dyslectische leerling kunnen wegnemen. Deze
worden voor alle dyslectici die deze ondersteuning nodig hebben
ingevoerd.
Effectief, interactief onderwijs en constructief leren
Toch zal er met dyslectische leerlingen moeten worden gezocht
naar technieken of aanpakken, met inbegrip van ict- middelen,
waarmee de leerling zijn problemen met decoderen zo goed mogelijk
kan tackelen. Wanneer de kloof tussen de technische vaardigheid en
de benodigde leestechniek te groot wordt, gaat te veel van de
inhoud verloren.
Hoewel dyslectische leerlingen veel baat kunnen hebben bij
hulpmiddelen en extra begeleiding, is het voor hen van het
allereerst van belang dat er kwalitatief goed onderwijs wordt
gegeven: onderwijs dat is afgestemd op hun onderwijsbehoefte. Deze
voorstellen komen niet alleen ten goede aan dyslectische
leerlingen, maar aan alle leerlingen.
Toegankelijkheid van lesmaterialen
Werkboeken digitaal beschikbaar maken, zodat leerlingen de
opdrachten op de computer kunnen verwerken.
Zorg voor noodzakelijke voorzieningen
Tijdens het werken in de klas en thuis zijn er veel
mogelijkheden om het leren voor dyslectische leerlingen via
hupmiddelen te vergemakkelijken Gebruik van de computer met
spellingcontrole, tekst-naar-spraaksoftware, mindmaps en
dergelijke. Zorg dat de middelen die hiervoor noodzakelijk zijn,
aanwezig zijn. Maak met de leerling goede afspraken over wat zijn
aandeel daarin is en wat de school verzorgt.
Compenserende faciliteiten
Toekenning van compenserende faciliteiten moet de last die een
leerling ondervindt van zijn lage niveau van technisch lezen en/of
spellen verminderen en zijn zelfredzaamheid binnen en buiten school
bevorderen. Onder compenserende faciliteiten vallen:
- maatregelen die door docenten gerealiseerd moeten worden,
bijvoorbeeld proefwerken in groter lettertype, aangepaste
beoordeling spelling e.d.
- het gebruik van ondersteunende technologie. Deze faciliteiten
moet een leerling zelf realiseren, bijvoorbeeld het werken op een
laptop, het gebruik van tekst-naar-spraaksoftware e.d. Docenten
moeten het gebruik van ondersteunende technologie in hun lessen
toestaan en waar nodig ondersteuning bieden.
Ondersteunende technologie
Deze paragraaf beschrijft apparatuur en software die de
problemen van dyslectici kunnen compenseren. Hierbij gaat het ook
om software die het leren en structureren en het plannen van taken
ondersteunt. Uit onderzoek is gebleken dat programma's voor
tekst-naar-spraak en spraakherkenning, behalve een ondersteunende
ook een remediërend effect hebben. Ze leiden tot een betere
beheersing van het lezen en schrijven. Bovendien komt het gebruik
van technologische hulpmiddelen leerlingen tegemoet in de
basisbehoeften aan competentie en autonomie.
Tekst-naar-spraaksoftware
Tekst-naar-spraaksoftware omvat programma's die digitale tekst
kunnen voorlezen. De leerling leest de tekst mee op het scherm en
kan zich al luisterend direct op de inhoud richten.
Gebruik van deze software is niet alleen een zeer goede uitbreiding
voor leerlingen die gesproken boeken nodig hebben, maar biedt
leerlingen die boeken net wel zelfstandig aan kunnen, de
mogelijkheid om veel meer te gaan lezen dan alleen dat wat
verplicht is. Wanneer docenten vragen en opdrachten scannen of op
het interne netwerk zetten, voorkomt tekst-naar-spraaksoftware dat
de vragen en opdrachten fout worden gelezen.
Het gebruik van tekst-naar-spraaksoftware vergroot de
toegankelijkheid van:
- teksten op internet
- vragen en opdrachten voor proefwerken en schriftelijke
overhoringen die gedigitaliseerd zijn
- zelfgeschreven tekst met de tekstverwerker
- tekst die gescand is
Positieve neveneffecten van het gebruik van
tekst-naar-spraakprogramma's zijn
- het technisch lezen gaat vooruit, het verloopt sneller
- het tekstbegrip verbetert
- het lezen kost minder inspanning en wordt langer
volgehouden
Voor optimaal gebruik moet een programma de volgende functies
hebben
- het voorleestempo moet regelbaar zijn
- het woord dat de voorleesstem uitspreekt, moet op het scherm
gemarkeerd zijn
- er moeten navigatiemogelijkheden zijn
- het programma moet meerdere talen kunnen lezen. Voor de
dyslectische leerling is het immers van belang dat zij veel
auditieve ondersteuning krijgen bij de moderne vreemde talen. Niet
alle tekst-naar-spraaksoftware kan meerdere talen lezen.
De ReadingPen
De ReadingPen is een leespen met het formaat van een flinke
markeerstift De belangrijkste eigenschappen van de Readingpen
zijn:
- Nederlandse en Engelse woorden scannen en uitspreken via een
ingebouwd luidsprekertje (ook via oortelefoontje te
beluisteren).
- woorden verklaren en vertalen. De pen bevat drie woordenboeken:
de van Dale woordenboeken Nederlands, een Nederlands-Engels en
Engels-Nederlands woordenboek.
- de laatste 300 gescande woorden worden automatisch opgeslagen in
het geheugen van de ReadingPen. Hierdoor kunnen moeilijke woorden
worden teruggezocht en opnieuw geoefend worden. Ze kunnen ook naar
een PC worden overgezet om zodoende een persoonlijke database van
"struikelwoorden" aan te leggen. De woordenboeken kan bij een toets
of examen worden uitgeschakeld.
Predictiesoftware
Wanneer leerlingen niet snel genoeg typen om te kunnen
profiteren van de tekstverwerker is aanschaf van predictiesoftware
een mogelijke oplossing. Dit is software die op grond van de eerste
toetsaanslag al begint met het voorspellen van het woord. Een menu
met mogelijke doelwoorden komt in beeld en met een toetsaanslag of
een muisklik wordt een bepaald woord geselecteerd. Het aantal
toetsaanslagen wordt hierdoor met ongeveer 50% gereduceerd. Skippy
is zo'n programma.
Mindmapsoftware
Wanneer leerlingen problemen hebben met de inhoudelijke
organisatie van teksten, biedt software voor het maken van mindmaps
ondersteuning. Een mindmap is een hulpmiddel voor het structureren
van allerlei losse gedachten en ideeën over een onderwerp. Er
ontstaat een visuele structuur die een blauwdruk biedt voor het
schrijven van een stuk. Deze software kan een leerling
thuisgebruiken bij het maken van huiswerk en, wanneer hij op een
laptop werkt, ook in de klas. In dat laatste geval doet de software
vooral dienst tijdens groepswerk, bij het maken van werkstukken en
het leren en maken van samenvattingen.
Voorbereiding op het eindexamen
Software en hardware: in principe mag een dyslectische leerling
tijdens het examen de software en de hardware gebruiken die hij ook
heeft gebruikt tijdens de schoolloopbaan. Hierbij kan worden
gedacht aan de tekstverwerker met spellingcontrole, de ReadingPen
zonder woordenboekfunctie, de Daisy speler,
tekst-naar-spraaksoftware en spraakherkenning. Elektronische
woordenboeken zijn op dit moment nog niet toegestaan op het
eindexamen. Naar verwachting over een aantal jaren wel.
---------------------------------------------------------------------------------------
Interesse om uw kennis en vaardigheden op het gebied van
dyslexie-ICT te vergroten? Lexima heeft een uitgebreid aanbod cursussen en trainingen voor onderwijs- en
zorgprofessionals.